De druif in het zonnetje

De druif (ook wel druivelaar) is een klimplant.

Op de Perma-tuin hebben we een witte-(vroege v.d. Laan) en een blauwe (Glorie van Boskoop) druif. Deze rassen zijn goed resistent tegen ziekten die in Nederland veel voorkomen onder druiven.

Voor je een druif aanschaft is het goed om stil te staan wat je met de druiven wilt gaan doen. Er zijn tafeldruiven, geschikt om vers te eten. Moderne soorten zijn pitloos. Kinderen vinden deze druiven lekkerder. Er zijn  wijndruiven en soorten waar je druivensap van kunt maken.

Van onze druiven maken we veel sap, van deze 2 planten maakten we vorig jaar 25 liter druivensap. En er zijn ook nog kilo’s vers gegeten door ons, en de vogels en insecten kregen ook hun deel.

Standplaats en vruchtbare bodem

Een druif moet in de volle zon staan. De lange uitlopers (je noemt deze snoeren of gesteltakken) moeten geleidt worden langs een pergola of langs draden die tussen palen gespannen zijn. De wind moet vrij langs deze uitlopers kunnen waaien zodat de bladeren na een regenbui snel droog worden. Schimmels hebben dan veel minder kans.

De druiventrossen moeten goed kunnen rijpen in de zon. De meeste druiven worden eind september-begin oktober geoogst.

Een druif heeft een vruchtbare, goed doorlaatbare kalkrijke bodem nodig.

Op de Perma-tuin (zandige bodem met veel organisch materiaal) hebben we bij de de  enkele stukken tufsteen (stenen van vulkanisch materiaal) op de bodem van het plantgat gedaan. Verder krijgt iedere plant 1x per jaar een bloempot vol Bokashi, 100 gram schelpen en 100 gram kleimineralen.

Het resultaat is: gezonde planten die veel vrucht dragen.

Verzorging van de druif

Een druif heeft aandacht nodig en ook nog op verschillende momenten in het jaar.

Zomersnoei

Nadat de eerste bladeren uit de bladknoppen zijn gekomen groeit de plant enorm.

Het is belangrijk om nieuwe scheuten en bloemknopjes weg te halen. Doe je dit niet dan krijg je wildgroei, alle energie stopt de plant dan in nieuwe takken en bladeren. Zo’n grote plant gaat makkelijk schimmelen en vormt geen mooie trossen.

Doel van de zomersnoei:

Aan lange verhoute uitlopers (dat noem je een snoeren of gesteltakken) groeit weelderig jong blad met kleine bloemtrosjes (foto links) die in juni-juli gaan bloeien en na bestuiving druiven gaan vormen.

Hoe voer je de zomersnoei uit:

Je bekijkt de (verhoute) uitlopers van de druif en stelt vast waar er te lange jonge lichtgroene uitlopers zijn en waar teveel bloemkoppen gevormd zijn.

Elke jonge uitloper en bloemknop die teveel is neem je tussen duim en wijsvinger.

Het jonge groen breekt daardoor af en valt in je hand.(foto rechts)

Deze handeling herhaal je tot al het teveel aan takjes en bloemknoppen verwijderd is.

Deze zomersnoei voer je bij voorkeur tenminste 1x per week weg in de maanden mei-juni-juli. 

Maximaal 1 bloemtrosje aan een uitloper, en per meter uitloper maximaal 5 druiventrosjes. (foto 2)

Op deze manier zorg je ervoor dat je druif gezond blijft en mooie trossen kan vormen.

Wintersnoei

Deze kun je uitvoeren rond half november tot uiterlijk half januari. Doe dit niet als het vriest of er vorst voorspeld wordt. In deze periode is de sapstroom tot stilstand gekomen. Nu kun je ook de verhoute snoeren inkorten of weghalen daar waar de plant te groot is geworden.

Voer je deze snoei te laat uit, en is de sapstroom op gang gekomen dan kan de druif flink gaan bloeden. (er stroomt dan sap uit de plekken waar je snoeren afgeknipt hebt) Dit kan leiden tot de ondergang van je druivelaar.

Filmpje groei en bloei druif snoeien: https://www.youtube.com/watch?v=SFuiHmRICy0

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deel bericht