Peulen in het zonnetje

Peulen (Pisum Sativum) valt, net zo als alle peulvruchten onder de familie van de vlinderbloemen. Die familie herken je heel goed aan de bloemen die, zoals de naam al zegt, wat weg hebben van een vlinder.Tot deze familie horen ook: sperzie-  snij- en tuinbonen, doperwten en kapucijners.

Algemene wetenswaardigheden:

Je hebt zgn lage en hoge varianten. De lage worden ongeveer 50 cm hoog. De hoge worden soms meer dan 1,5 meter hoog. De lage soorten hebben geen klimgaas/rek nodig. De hoge wel. (zie foto hieronder)

Eenjarig plant

Peulen gaan in 1 jaar van zaad tot zaad. Daarom noemen we dit een eenjarige plant.

Je zaait in maart/april, oogst de verse peulen in juni/juli en in augustus verwijder je de ingedroogde plantresten en peulen die je hebt laten hangen om het zaad van te bewaren.

De zaden zijn nu gedroogd, je kunt ze makkelijk uit hun ‘verpakking’ halen. Verzamel ze, doe ze in een droge afgesloten liefst donkere verpakking en bewaar ze op een droge koele plaats. Volgend jaar kun je deze zaden zaaien en begint de cirkel opnieuw.

Zaden

De kleur van de ronde zaden met een diameter van ongeveer 1 cm, is groen of beige. De huid van de zaden is wat rimpelig geworden door het drogen. De zaden zijn daardoor ook hard geworden.

Eetbare deel en oogst tips

Van peultjes eet je zowel het vruchtvlees als de zaden. Ze smaken heerlijk zoet. Direct na de bloei beginnen de peulen zich te ontwikkelen. Ga, als de oogst op gang komt, om de dag kijken welke peultjes geoogst kunnen worden. In de loop van juni zijn de peultjes binnen een week plukrijp. Verse peulen zijn het lekkerst. Te laat geoogste peulen worden taai en draderig.

De plant in jouw tuin

Welke bodem:

Peulen groeien goed in een bodem met vrij weinig voedingsstoffen. Meng voor je gaat zaaien wat compost door de aarde, hiervan profiteren de kleine planten bij de start van de groei. Zodra zich de eerste wortels ontwikkelen gaan ze een samenwerking aan met de stikstofbindende bacteriën in de bodem. Deze binden de stikstof in kleine knolletjes op en rond de wortels van de peulen. Deze stikstof gebruiken de peulen voor de ontwikkeling van de plant en de peultjes.

Wanneer zaaien en oogsten?

Zaaien kan in maart en april.

Oogsten doe je in juni en juli. Heb je vroeg gezaaid en is het lekker warm weer, dan oogst je natuurlijk eerder dan wanneer je laat hebt gezaaid en het voorjaar koud is geweest.

Zaaitip: Leg de zaden 1 nacht in water voor je ze gaat zaaien. Dan zitten de zaden vol vocht. Dit maakt dat meer zaden kiemen en dat ze sneller op gang komen.

Verzorging van peulen

Maak voor je gaat zaaien voor de hoge soorten peulen (kijk op het zakjes) een klimrekje. Dat kan met gaas of met (bamboe) stokken waar je draden tussen spant. Peulen maken een soort van grijpertjes waarmee ze zich aan het gaas, de draden of elkaar vasthouden. Zo blijven de hoge planten recht omhoog staan terwijl ze bloeien en vrucht dragen.

Tip 1: Zaai peulen op een plek in je tuin waar niet (veel) muizen zijn. (zij zijn dol op de zaden)

Tip 2: Bedek de aarde waar je gezaaid hebt met bladeren/mulch en zorg dat dit niet weg waait. (Duiven zijn dol op de zaden)

Als de peulen 20 cm hoog zijn moet je ze wat gaan leiden. Wijs ze de weg naar het gaas of de draden. Dit is maar een korte tijd nodig. Hebben ze de weg eenmaal gevonden dan hoef je hiermee niet meer te helpen.

De oogst

Bescherm je oogst. Koolmezen zijn dol op de zaden van de peulen. Hang er wat wapperende of spiegelende  voorwerpen tussen. (liefst niet met een net, daar raken vogels makkelijk in verstrikt.)Dat maakt de plek minder aantrekkelijk voor ze.

Peulen bewaren

De vruchten zijn vers van het land het lekkerst. Je kunt ze in een afgesloten bakje in de koelkast een paar dagen bewaren.

Waarom is deze plant een aanrader voor je tuin?

-Peultjes zijn heerlijk en een sieraad in je (moes) tuin.

-Peultjes verhogen het stikstofgehalte in je bodem. Zeker wanneer je bij het opruimen van de ingedroogde planten de wortels in de grond laat zitten. De wortels met de stikstofknolletjes zullen door het bodemleven verteerd worden waardoor de stikstof  vrij komt voor het volgende gewas wat ter plaatse gezaaid/geplant worden.

De opvolgers (bijv. boerenkool) zullen hiervan profiteren .

Combinaties:
Peulen kun je met veel gewassen combineren. Het gaat goed met radijs, wortel, komkommer, meiraap, mais en bonen.
Combineren met lookachtigen zoals ui, sjalot en knoflook gaat vaak minder goed. Ook met aardappelen zijn geen goede buren.

Ziekten:
Peulen zijn gevoelig voor de bladrandkever, daar is vaak niet veel aan te doen. Je ziet dan dat er allemaal hoekjes uit de randen van de jonge blaadjes gegeten worden. Er is op natuurlijke wijze weinig aan te doen. Vaak staat de groei van de planten even stil, maar na een weekje krijgen ze de groei wel weer te pakken.


Bereiden:

Peulen kun je eenvoudig bereiden. Kort koken tot ze beetgaar zijn. Daarna kun je ze stoven in roomboter. Lekker met bijv gebakken aardappeltjes.

Je kunt gekookte peulen ook in een koude salade verwerken. Bijv. met ijsbergsla, radijsjes en verse afgekoelde peultjes en wat fetakaas en een lekkere dressing.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.